Het Common Sense Model of Self-regulation of Health and Illness
Leventhal et al. 1984

In de afgelopen decennia is in de gezondheidspsychologie onderzoek gedaan naar het verband tussen zelfregulatie en gezondheid vanuit verschillende modellen. Ziektepercepties zijn vaak een onderdeel in deze modellen. Hieronder wordt ziekteperceptie beschreven vanuit 1 model; het ‘Common Sense Model of self-regulation’ (CSM).De ziektepercepties die in deze onderzoeken zijn onderzocht, zijn afkomstig uit het ‘Common Sense Model of self-regulation’ (CSM). Dit model beschrijft de gedachten die mensen zelf hebben over hoelang klachten kunnen duren; wat er precies aan de hand is; wat de oorzaak kan zijn; hoe het onder controle gebracht kan worden en hoe ernstig de klachten ervaren worden. Het CSM (figuur 2) gaat uit van een gezondheidsbedreigende prikkel zoals bijvoorbeeld rugpijn, hoofdpijn, reuma of artrose. De mens reageert hierop zowel cognitief als emotioneel, waardoor hij percepties ontwikkeld. Deze percepties blijken sturend te kunnen zijn voor het gedrag dat iemand gaat vertonen. Met dit gedrag wil men de gezondheidsbedreigende prikkel wegnemen. Door een ‘feedback loop’ beoordeeld de mens zelf of die bedreiging is afgenomen. Deze handelwijze van de mens staat in Engelstalige literatuur bekend als ‘common sense’. Het CSM model is in onderzoek getoetst, hieruit bleek dat met name de cognitieve percepties (ziektepercepties) sturend zijn voor gedrag. Deze ziektepercepties werden beschreven in vijf domeinen (figuur 3) en bevat antwoorden op de vragen:

Wat heb ik?
Hoe lang gaat het duren?
Wat zijn de consequenties?
Hoe kan ik het onder controle krijgen?
Wat is de oorzaak?

De antwoorden (vaak impliciet) bepalen mede het fysieke gedrag van de patiënt. Het kan zijn dat dit gedrag herstelbevorderend of herstelbelemmerend is. Zo kan iemand met lage rugpijn denken dat het erg lang gaat duren, het grote gevolgen heeft en dat hij er zelf niets aan kan doen. Uit literatuur is bekend dat deze ziektepercepties een verband hebben met het bewegend functioneren. Als men denkt dat de rugpijn lang gaat duren, er veel nadelige gevolgen van ervaart en er zelf niets aan te kunnen doen dan is het bewegend disfunctioneren groter dan bij mensen die deze gedachten niet hebben. Mogelijk dat deze percepties een belemmering voor herstel naar het normaal bewegend functioneren vormen.